Elske en Karin de Lange zijn voorgangers bij de Vrijzinnigen Kampen. Hier wisselen moeder en dochter hun gedachten met elkaar uit. Deze maand: Elske.

Vorige keer schreef je over Janus, de Romeinse god met een oud en een jong gezicht. Het oude kijkt naar het verleden, het jonge naar de toekomst. Soms denk ik dat we dat meer zouden moeten doen; naar beide richtingen kijken om te bepalen wat we nu kunnen doen. Terugkijken om vooruit te kunnen gaan. De Deense filosoof Kierkegaard schreef daar al over: het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden maar het moet voorwaarts worden geleefd. Dat geldt voor onze persoonlijke kleine levens net zo goed als voor de ‘grote wereld’.

Ook op het gebied van geloven geldt dit. En daar valt zoveel terug te blikken. Zo werd ikzelf verrast door de vele vormen van christendom in de eerste eeuwen van onze jaartelling in het Midden-Oosten. Dan gaat het over het gebied van het huidige Turkije, Syrië, Iran, Jordanië, Egypte, Libanon, Israël en het noorden van Saudi-Arabië. Tegenwoordig voornamelijk bekend als islamitische landen. Tijdens mijn studie op de universiteit werd het ooit genoemd, maar de enorme omvang drong pas tot me door na het lezen van het boek Het vergeten christendom, van Philip Jenkins (nog steeds te koop).

Door de kaartjes van de reizen van Paulus, achter in onze bijbels, lijkt het of het christendom, zoals wij dat kennen, linea recta naar Europa kwam. De waarheid blijkt complexer. Het christendom was in het begin een beweging binnen het jodendom. En de joden waren toen al verspreid over dat grote gebied aanwezig. In hun spoor verspreidde ook het christendom zich. Dat moet heel snel zijn gegaan. Overal werden kloosters opgericht, kerken gebouwd en landbouwgebieden ontgonnen.

William Dalrymple maakte in 1994 en 1995 een reis in hetzelfde gebied, opzoek naar sporen van al deze vormen van christendom. Hij doet verslag van wat hij tegenkomt in zijn boek In de schaduw van Byzantium. Toen waren er nog de nodige restanten te vinden. Met de huidige oorlogen in het gebied is zeer waarschijnlijk veel meer verdwenen.

Eén van de meest verrassende dingen die ik las bij Dalrymple betreft de ontwikkeling van de zang in kerkdiensten. Het ‘zingen’ in de synagoge of in de moskee bestaat uit reciteren van de heilige teksten. Wij zingen prachtige melodieën met tegenstemmen op liedteksten over geloof. Waar komt dat vandaan?

Dalrymple kwam in Aleppo in contact met de Urfali, afstammelingen van Syrische christenen uit Urfa, het antieke Edessa. In hun moderne kerk in Aleppo hoorde hij hun antieke zang tijdens de vespers. De gezongen melodieën blijken terug te gaan op muziek van voor de 3e eeuw. In het veel latere Gregoriaans zijn van hun muziek invloeden terug te vinden. En met een reuzenstap naar het heden kan je zeggen: Ons liedboek van de kerken vindt daar zijn ‘oorsprong’. Zo werkt het verleden door tot in onze tijd.

11 februari en 4 maart (aanvang 19.30 uur) vertel ik meer over deze vergeten vormen van christendom tijdens de avond lezing. Wanneer we daarna vooruitkijken, de toekomst in nemen we een completer en rijker beeld mee van ons geloofsverhaal.